maandag 29 juli 2013

AMAZING

Ik had gister een lome, luie en lamme zondag gehad.


Dus vanochtend werd ik vol energie wakker. Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Gewoon precies op tijd. Ik had het me niet eens van tevoren bedacht en was het dus ook helemaal niet van plan, maar toen ik onderweg naar de badkamer mijn sportschoenen tegenkwam, dacht ik dat dat luie zweet van gisteren er best uitgesjokt kon worden deze ochtend.



Dus ik hees me in mijn sportbroek, deed de schoenen aan en zette mijn playlist op mijn telefoon aan. Telefoon zelf achter het elastiek van de sportbroek, huissleutel in de beha en daar ging ik. Na een tussenstop bij mijn moeder liep ik dezelfde weg terug en op de kruising van de Lattopperstraat en de Churchillstraat zag ik ze staan. Een man en een vrouw. Die duidelijk de weg kwijt waren.

Terwijl ik naderde keken ze naar me. Ik deed mijn oortjes uit en vroeg ze of ik ze kon helpen. Ze moesten naar het centrum. Of niet zozeer naar het centrum, maar naar een dokter. En ze hadden gehoord dat er in het centrum een zat. Ik vertelde ze dat de goeie man met vakantie was (dat ik dat wéét), maar dat er in de buurt nog wel een andere dokter was. Ik wees ze de weg, vertelde ze waar ze langs moesten. Kon niet missen. Ze bedankten me. Het was niets ernstigs, vertelde de vrouw, nadat ik ernaar had gevraagd. Uit beleefdheid, niet uit nieuwsgierigheid, even voor de duidelijkheid. Ze moesten alleen wat afgeven.

Toen ik verder liep passeerden ze me. De man zwaaide naar me. Even later, toen ik in de buurt van de dokterspraktijk kwam, bedacht ik me al dat ik ze weleens nogmaals kon tegenkomen. Er was veel verkeer en omdat ik aan de andere kant van de straat liep, zag ik ze niet meteen. Toen de bus voorbij was, zag de man mij weer. Ze kwamen net de praktijk uit en dronken allebei uit een bidon, die ikzelf bij nader inzien ook beter mee had kunnen nemen (evenals mijn bril overigens). De man zwaaide weer en nu ook de vrouw.
"U heeft het gevonden?" vroeg ik, terwijl ik de oortjes weer uit mijn oren haalde.
De man knikte.
"Ja! Hartstikke bedankt! Je bent geweldig!"
Hij stak zijn duim op.
"Graag gedaan!" riep ik terug.
Ik deed mijn oortjes weer in en op dat moment zong Seal mijn oren.

"Everyone says you're amazing!"

zondag 28 juli 2013

WHAT A WEEK!

Foei, wat een week was dat!


Het is bouwvak. Dus je zóú denken dat iedereen dan vakantie heeft. Bij mij op het werk is dat ook zo. Althans. Veel collega's hebben vakantie. Onze klanten daarentegen juist niet, lijkt het wel. Of wel, en willen ze voordat het zo ver is nog van alles geregeld hebben. Het was hoe dan druk. Erg druk.

Zondagavond kwam ik pas laat terug van een weekendje Duinrell met familie. Heerlijk twee dagen in de vakantiemood! Maandagochtend moest ik in alle vroegte weer aan de bak. Die avond, na een zware werkdag, dronk ik een wijntje, wilde ik vroeg gaan slapen, maar dat lukt voor geen meter. Pas tegen middernacht, toen ik zat te knikkebollen in de tuin ging ik weer naar boven. Met het gevolg dat ik dinsdag mijn nest niet uit kon komen.

Die avond, na wederom een lange dag werken, ging ik op zwangerschapsvisite bij collega S. Ik mocht zelfs mee naar de verloskundige. Daarna moest ik naar de verjaardag van mijn schoonzusje, waar ik met lege handen aankwam, omdat ik geen tijd had gehad om iets voor haar te kopen. Het werd ook die avond laat, heel laat, waardoor ik woensdag nóg moeilijker uit bed kwam.

Die middag zat ik op een van onze bijkantoren. Uiteraard kwam er vijf minuten voor sluitingstijd nog een klant binnen, waardoor het plan om vroeg af te sluiten in duigen viel. Ik racete terug naar Nijverdal, at er snel een pleur soep uit blik van de Aldi en een maaltijdsalade van de Appie om vervolgens naar de overkant van de straat te gaan. Naar een kerk. Waar ik naar toe ging om te condoleren. De man van een collega was overleden. Plotseling. Naar. Heel naar.

Donderdagochtend was het feest op weer een ander bijkantoor. In drie uur tijd heb ik negenentwintig klanten gehad. NEGENENTWINTIG! Gelukkig ben ik geen prostituee (dán zou je pas een zware ochtend hebben! :)), maar ik kan je verzekeren dat 10 klanten per uur ook best heavy is. Sodeju!
"Welk deel van het woord 'nee' begrijpt u niet, mevrouw?"
Tot acht uur moest ik die avond.

Om vervolgens vrijdag óók nog de hele dag te moeten werken. En drúk dat het was. Je zou denken, zoals ik net al zei, dat mensen vakantie hebben. En wie gaat er nou naar de bánk als je vakantie hebt? Wie gaat er tegenwoordig überhaupt nog naar de bank? Bij de bank waar ik werk lijken ze er een sport van te maken. Altijd feest bij onze bank. Het is er zó gezellig!

Die avond kwam ik thuis. Ik kocht een zak raspatat en twee dikke vette frikandellen bij de cafetaria. Ik vrat alles op, liep naar boven en ging op bed liggen. Om half acht sliep ik. Ik werd om half twaalf pas weer wakker.


Een hittegolf, zei je? Níéts van gemerkt.

zaterdag 6 juli 2013

GOUDEN KETTING BLEEK VAN PLASTIC

"Bij de Xbank liggen we aan een gouden ketting."


Een leus die je vaak om je heen hoort als bij de Xbank werkt. Xbank is niet voor niets al jaren achtereen een van de beste werkgevers van Nederland. Korting op je hypotheek en op je verzekeringen. Het is een grote geweldige werkgever.

Begin dit jaar werd ik er warm onthaald. Ik werkte al anderhalf jaar op detacheringsbasis indirect voor de bank en toen ik net goed en wel twee weekjes bij mijn huidige bank zat werd me gevraagd of ik wilde solliciteren. Ik had een hectische tijd achter de rug en wilde wel wat meer rust. Het idee dat ik na de tijdelijke opdracht bij de bank weer naar een andere bank moest tijdens de koude wintermaanden die er aan zaten te komen, stemde me niet echt vrolijk. Ik vond het een goed idee en dus solliciteerde ik.

Ik werd aangenomen. Ik gaf mijn vaste contract bij mijn detacheringsbureau op in ruil voor een tijdelijk contract bij de bank zelf. We hadden het over doorgroeimogelijkheden en gezien de som die ze voor me betaalden en het gemak waarmee ik aangenomen werd, maakte ik me geen zorgen en ging er van uit dat ik medio 2013 zou doorstromen.

Maar al snel bleek dat de gouden ketting waar iedereen het altijd over heeft, voor mij persoonlijk van plastic was.

Een lager salaris. Secundaire arbeidsvoorwaarden zijn wellicht beter dan bij andere werkgevers. Maar er kwam een nieuwe CAO, waarin deze voorwaarden werden versoberd. Een paar weken geleden gaf ik aan dat ik klaar was voor iets nieuws, klaar om de stap te maken. Maar in plaats van dat ik gestimuleerd werd en me gevraagd werd wat ik wilde, kreeg ik een klap voor mijn kop.

Dat er bezuinigd ging worden, dát wisten we wel. Maar dat mijn contract, nog geen half jaar nadat ik in dienst was gekomen al niet verlengd zou worden, dát had ik nooit verwacht. Eerst een pleur geld voor me neertellen, mij lekker maken met allerlei gouden bergen. Met open armen werd ik ontvangen om een paar maanden later keihard een mep in mijn gezicht te krijgen. De deur is dicht gesméten. Klabats. Op slot. Helemaal dicht. En hij gaat niet meer open. Oprotten kan ik. Wederom. Want dit is al de tweede keer dat de Xbank me eruit mietert.

Alsof je met een stel hele leuke mensen veilig in een vliegtuig zit, op weg naar de volgende bestemming. Waar het mooier en beter is en meneer de directeur himself de piloot is. En hij dan opeens met de mededeling komt dat het vliegtuig gaat krimpen en er opeens geen plek meer voor ons is. Terwijl niemand écht ziet dat het vliegtuig kleiner wordt; sterker nog, dat we allemaal zien dat het vliegtuig gewoon gelijk blijft, maar wij plaats moeten maken voor iets anders. Dat we dus allemaal uit het vliegtuig gegooid gaan worden, maar nog wel een paar maanden tijd hebben om ergens een parachute vandaan te toveren. Dat wij dan met z'n allen als een stel mallen op zoek gaan naar een parachute, zodat we misschien nog enigszins een zachte landing maken, maar onrustig en zenuwachtig worden. Want wat als we die parachute niet vinden? Of we hem wel vinden, maar hij dan tijdens de sprong niet opengaat? Hoe komen we dan terecht? Áls we het al overleven, dan moeten we eerst bekomen van de schrik dat we eruit vliegen en daarna moeten we ook nog eens herstellen van de val die daarna kwam.

Blijkbaar ben ik niet welkom in Xland. En dat is best pijnlijk. Want ik wil zo graag. Werken en carrière maken. Het is een van de belangrijkste dingen in mijn leven, waar ik ontzettend veel voldoening uit haal. Als ik niet kan werken en niet mijn eigen geld kan verdienen, voel ik me werkelijk waardeloos. Een man of gewoon een vriendje, hoeft van mij niet (hoewel het wel leuk zou zijn). Maar mijn baan. Ik ben niets zonder. Ik wil trots op mezelf blijven. Voor mezelf kunnen zorgen en mijn zelfstandigheid en onafhankelijk kunnen voortzetten. Mezelf verder ontwikkelen en opbouwen. Geld verdienen, zodat ik over een paar jaartjes ook onbezorgd aan kinderen kan beginnen.

En als iedereen dan tegen je zegt ‘dat het wel goed komt’, dan krijg ik flashbacks naar vier jaar geleden. Want dat zeiden mijn collega’s bij de Xbank, en anderen, van toen ook telkens. Maar zo ging het niet. Dertien maanden heb ik gesolliciteerd en toen mocht ik de post gaan rondbrengen bij een gemeente. Omdat er gewoon niets anders te vinden was.

U begrijpt. Zo fijn als het weer vandaag is, zo lekker als het zonnetje schijnt, zo heerlijk zomer als het is, zo somber ben ik gestemd. Want het komt niet zomaar goed, ik vind niet zomaar weer iets anders. Het is fijn dat mensen in je geloven, maar daar heb je niets aan in het vinden van een toch al niet voor het oprapen liggen baan. Met solliciteren ben ik uiteraard allang begonnen en ik heb ook alweer twee afwijzingen binnen. LinkedIn is geüpdate, hoewel dat wellicht nog beter kan. Ik heb me bij allerlei vacaturesites weer ingeschreven en mijn bul kan ik weer van de muur uit zijn mooie lijst halen.

Doemscenario’s spelen door mijn hoofd. Iets wat ik totaal niet van mezelf ken. Ik voel me lusteloos en energieloos. Ik heb nergens zin in. Zelfs niet aan het feestje dat dit weekend in ons mooie dorpje gevierd wordt. Ik wil geen mensen zien. Ik wil niet dat me gevraagd wordt hoe het met me gaat, want het gaat nu gewoon echt even niet lekker. Ik wil niet quasi gezellig doen, terwijl ik weet dat het tientje dat ik uitgeef aan een paar rosétjes me straks honderd euro waard is.

Ik heb dit allemaal al eens meegemaakt en ik zie mezelf echt niet weer een hele winter thuis op de bank zitten zonder vooruitzichten met een uitkering die nog een stuk lager zal zijn dan mijn huidige salaris. Dan kom ik nergens meer en kan ik niets meer. Reacties van vriendinnen als: ‘Wat balen’ of ‘wat jammer’, slaan de plank volledig mis. Want het is niet jammer of balen, nee, het is een ramp. Als ik voor 31 december geen nieuwe baan heb, dan kan ik onder een brug gaan slapen. Daar kun je om lachen, dat zou ik zelf nu ook doen, maar zo ís het wel.

En het is dan ook nog weer dubbel. Want ik hou van afwisseling. Ik ben allergisch voor sleur en gewone dingen. Misschien roep ik het wel gewoon op me af. Dat ik mezelf telkens opnieuw moet ontdekken. Dat ik telkens weer uitgedaagd wordt om weer een crisis te overleven. Vijf jaar ben ik nu terug in Nederland en ik heb minstens zoveel werkgevers gehad. Verandering is leuk, maar van al dat heen en weer gedoe en telkens weer opnieuw beginnen, loopt mijn spaarrekening niet op en is er van opbouwen geen sprake.

Maar goed, zo ver laat ik het natuurlijk niet komen. Ik heb het zelf niet in de hand, maar tot op zekere hoogte natuurlijk wel. Dus ik ga er de komende tijd alles aan doen om een nieuwe baan te vinden. Oók als dat niet in Nederland is. Bij deze roep ik dan ook al mijn bloglezers op oren en ogen open te houden voor me. Reacties als ’balen’, ’sterkte’ of ‘we denken aan je’ heb ik niets aan en mogen achterwege gelaten worden. Of opmerkingen als 'wat dom dat je in deze tijd een vast contract heb opgegeven', hoeven ook niet, want dat snap ik zélf ook wel. Vacatures, contacten, belangrijke mensen, die heb ik nodig!

Misschien moet ik dan toch maar eens mijn boek afmaken en uitgeven? Of professioneel blogger worden? Of een column in een krant of tijdschrift gaan schrijven? Maar ja, hoe kom je daar tussen? Of misschien moet ik iets met muziek gaan doen. Eindelijk mijn podiumvrees overwinnen en met mijn stem geld gaan verdienen, want ik kan bést goed zingen (al zeg ik het zelf). Of misschien moet ik maar in Amsterdam gaan solliciteren. Achter een raampje met een rood lampje. Honderd procent dat ik dáár een gouden ketting vind!

Pffff, ik weet het niet. Ik weet het gewoon echt niet. Solliciteren, solliciteren en solliciteren zal de komende tijd mijn leven beheersen. Met een vooruitzicht op niets, rekening houdend met het ergste. Jeetje, hoe erg!


I guess it's funnier from where you standing

'cause from over here I missed the joke
Cleared the way from my crash landing
I've done it again another number for your notes 

I'd be smiling if I wasn't so desperate
I'd be patient if I had the time 
I could stop and answer all of your questions 
As soon as I find out how I can move from the back of the line 

I'll be your clown, behind the glass
Go 'head and laugh, cause it's funny 
I would to, If I saw me
I'll be your clown, on your favorite channel
My life's a circus-circus, rounding circles 
I'm selling out tonight 

I'd be less angry, if it was my decision
And the money was just rolling in 
If I had more than my ambition 
I'll have time for please, I'll have time for thank you as soon as I win

From a distance my choice is simple 
From a distance I can entertain
So you can see me I put make-up on my face
But there's no way you can feel it, from so far away

maandag 1 juli 2013

VAN DENEKAMP NAAR DENEMARKEN

We waren laatst in Kopenhagen.

Mam en ik. Elk jaar maken we een stedentripje. Londen, Brussel en Wenen hadden we al gehad. We wilden niet vliegen (want duur) en dus zochten we een bestemming die niet al te ver weg was. Praag overwogen we, maar omdat we geen natte voeten wilden, besloten we naar Kopenhagen te gaan. Naar het noorden. Waar we allebei nog nooit waren geweest.

De rit was lang. Ik reed. Bijna 750 kilometer. Prima te doen. Er waren nauwelijks tankstations langs de snelweg in Denemarken en dat was op de heenweg nog wel even spannend. In mijn auto gaat geen lampje branden als de benzine bijna op is. Er gaat iets piepen en dan gaat er een vlakje flikkeren. Ik merkte dat het flikkeren sneller gaat naarmate de benzine minder wordt. Ik geloof dat we het niet nog vijf kilometer langer hadden volgehouden en ik had een flashback naar vorig jaar augustus toen ik met hetzelfde probleem, maar met ander gezelschap en in een andere auto terugreed uit Parijs.

Gelukkig kwam het goed. Wederom.

Kopenhagen was leuk. Niet heel groot, maar wel gezellig. We shopten in de langste winkelstraat van Europa, maar kochten niets (want duur). We lunchten aan de kade met gekleurde huizen (is het Amsterdam? Is het Curaçao? Nee, het is Kopenhagen!). We struinden langs de haven, op zoek naar de kleine zeemeermin. Onderweg kwamen we een prachtig kerkje tegen en eenmaal bij den lille havfrue aangekomen werden we omver gelopen door een heel cruiseschip vol met Japanners. Wonder boven wonder hebben we het voor elkaar gekregen foto’s te maken van onszelf met Ariël op de achtergrond zonder een Jap er bij op. Wist je trouwens dat dat beeldje er al honderd jaar staat, maar pas sinds eind jaren tachtig, toen Hans Christian Anders (nee, niet die gast van de brillen) de populaire Disneyfilm maakte, het nationale symbool van Denemarken is?

Bij het paleis van de koningin (Margaretha de Tweede voor de liefhebbers) waaide het enorm. Ze werd midden op het plein waar het paleis omheen was gebouwd uitgebeeld op een paard en aldaar kwam ik erachter dat de gendarmes behoorlijk charmant waren. Of ik met hem meewilde, vroeg een van hen. Maar dat deed ik mooi niet!

De tweede dag beklommen we de Frederics Kirke en struinden we de rest van Kopenhagen’s straatjes af. We gingen naar Magasin du Nord, het grootste warenhuis van Scandinavië, maar kochten niets (want duur), dronken cappuccino en later Kronenbourg witbiertjes. We lunchten een boterham met aardappelen aan de gracht, tegenover de plek waar naar het leek Anal Tours gegeven werden, ware het niet dat de C voor anal nagenoeg niet te lezen was. Heerlijk in het zonnetje, vol in de wind. We waaiden bijna weg, maar het bier en alle andere lekkernijen smaakten er niet minder om.

De tijd vloog voorbij, het weekend was zo om. Jammer, want ik had nog wel wat langer willen blijven. Al was het alleen maar om het nieuws dat ik een paar dagen later kreeg niet te hoeven horen. De laatste avond haalden we een pizza (want niet zo duur) en besloten we de tank maar alvast vol te gooien, want dan hoefden we dat niet nog de ochtend voordat we weer 750 kilometer voor de boeg hadden, te doen. Hij ging helemaal vol, de tank. Nokkie, tot er niets meer bij in kon. Temeer ook om het euvel van de heenweg enigszins waar mogelijk te vermijden.



Toen we hadden afgerekend en weer in de auto zaten, ik de sleutel in het contact omdraaide en de motor startte, zei mam:
“Zo. De tank is vol. Daarmee komen we Noorwegen wel uit.”